In deze tijd worden we tot in onze kern geraakt. Deze tijd van beperking van onze vrijheden, het gevoel van dreiging van een ongrijpbare ziekte, de angst voor controleverlies van iets dat niet te controleren valt. We worden geraakt tot in het stuk waarin we als jong kind al hebben geleerd hoe je met angst moet omgaan. Door over de angst heen boos te worden en uit te halen naar de ander. Of je juist terug te trekken en te verstoppen, in huis en in jezelf. Of te gaan redderen, te proberen het voor iedereen goed te maken. En daarbij vergeten we onszelf.
 
Ik zou iets willen schrijven over de rellen in Eindhoven, maar ik durf het niet. Iets over dat ik niet goedkeur dat er dingen vernield worden, maar dat ik wel begrijp dat mensen hiertoe overgaan, omdat ze niet meer weten hoe hun frustratie te uiten, omdat ze in alles beperkt worden. Steeds meer gekooid, steeds meer teruggedrongen in een kleiner wordende wereld, zonder de mogelijkheid om je te uiten. Maar ik durf het niet. Ik ben bang dat, als ik schrijf dat ik begrip heb voor de frustratie van de mensen die dit gedaan hebben, iedereen over me heen valt. Wanneer ik schrijf dat het nu alleen maar gaat over wat er vernield wordt, en niet over waarom dat gebeurt, ik weggezet word als een coronahufter.
 
Het raakt mij diep, deze collectieve angst waarin we leven. Mensen zijn bang voor COVID, voor het verlies van dierbaren, voor zelf ziek worden, voor de dood. Maar velen ook, waaronder ikzelf, voor de consequenties van het eventueel niet naleven van de maatregelen. Ik ga niet na negen uur ’s avonds naar buiten, uit angst voor een boete, niet omdat ik bang ben dat ik ziek word. Ik annuleer mijn opstellingendagen uit angst dat ik de licentie van mijn beroepsvereniging kwijtraak, niet omdat ik bang ben dat ik COVID krijg of doorgeef. We zitten hier nu bijna een jaar in. Hoe lang houden we het nog vol?
 
Ondertussen vallen we elkaar op straat fysiek, verbaal, of op social media aan omdat onze medemens een andere mening heeft en zich naar ons idee niet of juist veel te goed aan de maatregelen houdt. De ingehouden agressie wordt steeds groter en barst naar buiten. We reageren vanuit ons primaire zelf, vanuit de angst die nu regeert.
 
Ik roep op tot verdraagzaamheid en zachtheid. Naar jezelf en naar elkaar. Dit is een moeilijke tijd waarin onze basisvrijheid wordt aangetast. Dus als iemand vanuit zijn of haar angst je de mantel uitveegt: haal adem en stel een vraag. In plaats van tot de tegenaanval over te gaan. Misschien ontstaat er een mooie ontmoeting, of tenminste in de basis respect voor elkaar.